Snelheid of oriëntatie

duiven houden

Snelheid of oriëntatie, waar gaat het om bij de duivensport. Denk dat alle postduivenhouders het wel eens zijn. Gaat natuurlijk om een fenomenaal oriëntatievermogen. Opvallend is dat duiven vaak zigzaggend naar huis toe vliegen. De winnaars vliegen in een nagenoeg rechte lijn naar huis. Gebleken uit onderzoek met GPS volgsystemen.

Oriëntatie daar gaat het om

Wat heeft een postduif nodig om te winnen. Een fenomenaal oriëntatievermogen natuurlijk. Een goed oriëntatievermogen bestaat uit verschillende factoren zover we nu weten.

  • geheugen
  • aardmechanisme
  • zonlicht

Feit 1 – geheugen
Duiven hebben een goed geheugen nodig. omdat duiven ook navigeren op herkenningspunten. Zoals snelwegen, torens, bomenrijen of vormen in het landschap. Denk aan meren en rivieren. Om die reden hebben jonge duiven het dan ook wat moeilijker en raken eerder verdwaald dan volwassen duiven. Volwassen duiven hebben tijdens hun jeugd al veel geleerd en gezien waardoor ze sneller naar huis kunnen gaan tijdens wedvluchten.

Feit 2 – aardmechanisme
Richtingsgevoel heeft te maken met het aardmagnetisme. Een nog steeds onbegrepen fenomeen waarmee dieren weten welke richting ze moeten gaan. Jonge postduiven moeten dit richtingsgevoel ontwikkelen. Naarmate er meer ervaring is gaat dit steeds makkelijker en sneller. Dus training van jonge postduiven heeft zeker nut.

Feit 3 – zonlicht
Elke duivenmelker weet dat een blauwe lucht en heldere zon een voorspoedige vlucht gaat worden. Het liefst nog met een beetje bewolking en je hebt ideaal duivenweer.
Maar wanneer de lucht dichttrekt en een zware bewolking ontstaat gaat het mis. Net als bij mist. Je kunt hieruit dan ook opmaken dat postduiven zonlicht nodig hebben om te kunnen navigeren.

Daarnaast is er ook een wetenschappelijk onderzoek geweest. Tijdens dit onderzoek is er rond een duivenhok met behulp
van spiegels de stand van de zon verplaatst. Vervolgens zijn de duiven op een redelijke afstand gelost. Opvallend was dat de duiven een kant op vlogen die afweek maar overeenkwam met de stand van de “verplaatste” zon.

Verder zijn er nog onderzoeken geweest naar de invloed van ultrasonische geluiden en zelfs de invloed van geuren. Het is dan ook heel aannemelijk dat er meerdere invloeden zijn die hun werking hebben op het navigatievermogen van postduiven. Maar ook zelfvertrouwen en gezondheid zijn zeer belangrijk om het oriëntatievermogen goed te laten werken. Stel dat een postduif last heeft van het ornithosecomplex zakt onmiddellijk het oriëntatievermogen.

Eén gedachte over “Snelheid of oriëntatie”

  1. Om te beginnen onze complimenten over de site, deze is niet alleen voor de beginnende liefhebber interessant maar voor onze hele duivensport.

    Ik wil dan ook graag reageren op het leerzame stuk orièntatie vermogen van de postduif.

    Geloof het of niet maar het volgende is ons gebeurd en nog steeds niet te verklaren en gaat dan ook tegen alle theorieèn in.
    In 2012 hebben we zoals de jaren hiervoor wat jonge duiven gehaald bij een duivenmelker net over de grens in Belgiè.
    De zes jonge duiven die we hadden besteld waren klaar en zaten in de mand.
    De beste man vroeg ons of we geen plek konden maken voor twee jonge duiven die nog lang niet dicht zaten.
    Zoals de liefhebber van tegen de 80 jaar zei ,dit benne de goeie ,we besloten om de mooie bonte jongen mee te nemen en thuis bij de duivinnen te zetten waar nog meer jongen op de grond scharrelden.
    Het hele spul is tussen de vroege jongen gezet en mee naar buiten.
    Al snel was er èèn bont duifje gepakt door vriend sperwer en de nest maat van deze duif was van de schrik ook nergens meer te vinden.
    Een dag of vier/vijf later krijgen we een belletje van onze Belgische vriend dat het duifje bij hem op het kweekhok zat waar hij nooit zicht heeft gehad en veel te jong uit is gehaald.
    Zelf dachten we dat het duifje gevonden was en bij hem was afgegeven ze waren nog niet op naam gezet.
    De liefhebber mopperde dat het niet de bedoeling was om zijn duiven bij hem in de buurt te verkopen.
    We hebben hem kunnen overtuigen dat dit niet zo was en dat het duifje dus zelf een kleine 130 km terug naar het zuiden het hok heeft terug weten te vinden waar op hij antwoorde ik zei toch dat het goeie benne.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *