200 jaar postduiven houden

postduiven

Postduiven is van alle eeuwen. Eerste bewijzen stammen uit het midden oosten waar duiven al werden gebruikt om berichten over te brengen. Door gebruik te maken van het feilloze oriëntatievermogen van duiven. Die de natuurlijke eigenschap hadden om altijd weer naar huis te vliegen.

Belgen waren het slimst

Pas in de 18de eeuw kwamen notabene de Belgen op het idee om hetzelfde te gaan doen als de mensen in het midden oosten. Duiven gebruiken om berichten over te brengen met de duiven die toen veel in België voorkwamen. In die tijd waren er geen postduiven zoals we ze nu kennen maar wel veel verschillende soorten nog goed vliegende sierduiven. Kroppers, hoogvliegers, meewtjes en tuimelaars waren volop voor handen en werden gebruikt om de hedendaagse postduif te creëren.

Het begon in Luik maar vergeet Den Haag niet

Belgie is zonder twijfel de aanstichter van de postduivensport geweest zoals we die nu bijna 200 jaar beoefenen. Maar in die tijd werden er ook duiven gebruikt voor het versturen van berichten in Nederland, Engeland en zelfs India.

Duivenmelkers in Luik

De duivenmelkers in Luik zijn de voorlopers van de moderne duivensport zoals we hem nu kennen. De eerste meldingen van succesvolle africhtingen stammen al uit 1811. Toen er bekend gemaakt werd dat enkele duiven vanuit Parijs naar Luik waren terug gevlogen. Niet veel later in 1818 werden er al duiven uit Frankfurt losgelaten en in 1823 zelfs uit Londen losgelaten om naar hun huis te vliegen in Verviers.

Antwerpen zag het commerciële belang

In 1820 ontstond er in Antwerpen het idee om duiven te gebruiken voor het versturen van berichten tussen beurshandelaars. Zo werden de duiven gebruikt om berichten te verzenden tussen Parijs, Londen en Brussel

Toen ging het snel

Gent ging in 1826 meedoen met wedstrijden en melde dat er 1 postduif was losgelaten in Parijs en op dezelfde dag al thuis was gekomen. Toendertijd een ongekende prestatie. In 1835 werden er duiven vanuit Liverpool losgelaten door dezelfde vereniging.

Brussel en Gent volgde al snel tot in 1850 ook Frankrijk zich ging bemoeien met de postduivensport.

Zelfs het leger zag het nut van postduiven in

Het leger zag al gauw het nut in van postduiven en in 1870 hadden zowel de Franse, Nederlanders en Belgen postduiven in militaire dienst. Behalve het versturen van berichten werden postduiven ook ingezet om te spioneren met behulp van kleine fotocamera’s.
In de 19de eeuw werd de moderne postduif zo populair en verspreid over de hele wereld zoals Engeland, Duitsland en zelfs Amerika. Leuk om te weten is dat het leger van Rusland maar liefst 5000 postduiven kocht van de Belgen.

Hoe zit het met Den Haag

Toch wil ik wel een klein beetje eer ook aan onze Haagse duivenmelkers geven. Omdat de vissers van toen al gebruik maakte van kroppers om de thuishaven te waarschuwen dat ze thuis kwamen. Zodat de thuishaven gereed kon staan om de vissersschepen zo snel mogelijk te helpen lossen.

Kruisen om tot betere resultaten te komen

Allerlei kruisingen tussen toen veel voorkomende rassen werden gemaakt. Telkens selecterend op de kwaliteiten die er nodig waren om snel naar huis te kunnen vliegen. Omdat zowel in Antwerpen als in Luik er liefhebbers waren die de perfecte postduif wilde fokken. Ontstonden er twee rassen de Antwerpse en Luikse postduif. Beide totaal verschillend van elkaar. Het is leuk om te zien dat tot op heden kruisingen worden gemaakt om snellere en betere duiven te fokken. Alhoewel er nu geen andere duivenrassen meer worden gebruikt om door de postduiven heen te fokken. Worden wel verschillende stammen ingeteelt om vervolgens uit te kunnen kruizen.

Luikse postduiven

kruising luikse/antwerpse

Zo was in het Luikse type een schildmeeuwtje door het ras geteeld wat de jabot verklaart. Heden ten dage kun je bij onze moderne postduiven nog steeds een jabot tegenkomen wat feitelijk een terugslag is op het meeuwtje wat in het Luikse type postduif gefokt was. Het Luikse type stond erom bekend vooral verre en moeilijke vluchten goed aan te kunnen.

Antwerpse postduiven

antwerpse postduif

Het Antwerpse type was meer bedoeld voor het snelle werk. In die zin dat het Luikse type meer werd gebruikt voor wedstrijden maar het Antwerpse type voor het verzenden van voornamelijk beursberichten. Dit type was ook wat groter en groffer dan het Luikse type. De reden hiervoor was dat het uitgangspunt van het Antwerpse type een kropper was. Deze kropper werd gekruist met een tuimelaar. Rond 1830 werd er uit Engeland een Ierse duif met gigantische oogranden en neusdoppen gehaald. Tegenwoordig staat deze Ierse duif bekend als Carrier maar was in feite de voorloper van de Carrier namelijk de Badang uit India. Vandaar dat ik de naam Ierse duif prefereer. Snap je het nog.

De kruising tussen de Antwerpse postduif en de Ierse duif bracht een nieuwe verbetering in de Antwerpse postduif. Tot op heden zie je nog steeds invloeden van deze Ierse duif die overigens uit Engeland kwam.

Luikse postduifDe moderne postduif

Tussen 1840 en 1850 werd het Antwerpse type gekruist met het Luikse type waardoor er meer eenheid in type ontstond. Je kunt dan ook zeggen dat de moderne postduif die we nu kennen ontstaan is rond 1850. En ere wie ere toekomt door onze zuiderburen gedaan.

Van honderd naar twaalfhonderd kilometers

Nadat de sport steeds verder ontwikkelde begonnen de toenmalige postduiven steeds meer op elkaar te lijken. Het type ging steeds meer terug naar de rotsduif alleen groter, sterker, sneller en met een fantastisch ontwikkeld oriëntatievermogen. Als je nagaat dat de eerste “postduiven” uit het midden oosten afstanden van ongeveer honderd kilometer konden afleggen en de postduiven van tegenwoordig zonder problemen een afstand van 1200 kilometer kunnen afleggen. Hebben de duizenden duivenmelkers in nog geen 150 jaar heel veel bereikt door het maken van kruisingen en selecteren van de juiste kweekduiven.

De beroemdste Convoyeur

De eerste vluchten verliepen moeizaam in België en duiven konden er vele dagen over doen om op lange afstanden weer naar huis te keren. Allereerst kwam dat omdat men er dagen overdeed om de duiven naar hun lossingplaats te brengen. De Convoyeurs van toen brachten de postduiven lopend weg. Met grote manden waar dertig tot vijftig duiven inzaten. Deze rieten manden werden op hun rug gebonden en zo liepen ze dagenlang tot ze op de plaats van bestemming kwamen.

F.Pinet uit Huy was wel de bekendste Convoyeur in die tijd. Hij heeft twintig jaar lang duiven lopend vervoerd. Tot zijn zoon het werk van hem overnam. Zijn zoon presteerde het om in 1842 binnen 9 dagen Orleans te bereiken.

Hoe meer postduiven er kwamen werd er al gauw naar alternatieven gezocht zoals paard en wagen. Pas in 1850 werd er gebruik gemaakt van de trein om nog later vrachtwagens te gaan inzetten.

De ontwikkelingen gingen snel

Door constant de postduif te verbeteren, het hok, de motivatie en het voer werden er al snel betere resultaten behaald. Nog geen 100 jaar later vliegt een postduif ruim 120 km per uur en is binnen enkele uren alweer thuis op het duivenhok. Een ongelofelijke prestatie van hoofdzakelijk onze oosterburen die voornamelijk op de korte afstand zeer goed zijn. Nederlanders staan bekend om hun lange afstandsduiven die met gemak meer dan 1000 km kunnen vliegen.

Vanuit België waaide de postduivensport ondermeer over naar Amsterdam

De postduiven liefhebberij begon in Amsterdam rond 1840. Ook wij maakten gebruik van de postduif om berichten over te sturen maar het duurde niet lang of we gingen er ook wedstrijden mee doen. In 1878 werd de eerste Amsterdamse duivenvereniging “de luchtpost” opgericht. De eerste postduivenclub die lange afstand wedstrijden ging houden.
In die tijd waren er ook twee duivenmarkten in Amsterdam, Maandagavond op het Amstelveld en Zaterdag op de Noordermarkt waar je Belsen kon kopen. Het houden van postduiven werd steeds populairder en clubs met namen als De Bonte duif en de Postiljon werden steeds groter.

Toen was er oorlog

De eerste wereldoorlog kon niet gewonnen worden zonder postduiven. Er was geen beter communicatiemiddel dan een postduif. Postduiven waren helden zo kennen we de postduif Vaillant genaamd. In 1916 op 4 Juni heeft deze dappere duif ondanks een gasaanval toch een bericht overgebracht waar in werd gevraagd om te komen helpen om fort Vaux te ontzetten. De duif heeft hiervoor vele medailles ontvangen en is nog steeds opgezet te bewonderen in het Franse legermuseum. Maar we mogen zeker niet de vele andere helden vergeten zoals de Kaiser van het Duitse leger. Dit was zo een bijzonder slimme duif dat nadat hij gevangen was genomen naar het kweekhok van het Amerikaanse leger verhuisde en fantastische nakomelingen gaf. Die de kwaliteit van de Amerikaanse duiven enorm verbeterden deze bijzondere doffer werd maar liefst 32 jaar oud. De Mocker een andere held overleed op 20 jarige leeftijd.

Postduiven waren helden

Verder had je nog Spike, Big Tom, Lord Adelaine, Steady, President Wilson, Colonels Lady en de beroemdste van allemaal: Cher Ami.
Cher Ami was een prachtig blauwkras doffertje die ondanks zijn zware verwondingen toch naar huis kwam. Ondanks de granaatscherf die het borstbeen verbrijzelde. Zijn oog die kapot werd geschoten en een poot die slechts aan een enkele spier nog vast zat. Kwam deze zwaar gehavende en onder het bloed zittende doffer binnen 25 minuten thuis.
Dit maakte zoveel indruk bij zowel vriend als vijand dat hij een gouden medaille hiervoor kreeg. Gelukkig overleefde deze doffer zijn zware verwondingen en heeft als held een natuurlijke dood mogen sterven.Nu maakt Cher Ami deel uit van het beroemde Smithsonian Instituut. Hij is nog steeds te bewonderen in het National Museum of American History in Washington.

Mobiel duivenhok

Vooral het feit dat postduiven gehuisvest konden worden in een mobiel duivenhok was ideaal. Ook al werd het duivenhok verplaatst. De postduiven vonden altijd hun eigen hok weer. Ideaal bij het front die telkens van locatie verplaatste.

Het einde en een nieuw begin

In de tweede wereldoorlog werd er aan het duiven houden een einde gemaakt door de Duitse bezetters. Zelfs in de tweede wereldoorlog was de postduif buitengewoon belangrijk om berichten over te brengen. De Duitsers namen geen enkel risico en lieten zoveel mogelijk duiven doden. Het neerschieten van postduiven was niet altijd even makkelijk maar de valken en haviken in dienst van het Duitse leger waren hier zeer doeltreffend in.

Langzaam aan worden de helden van weleer vergeten

De laatste keer dat postduiven in militaire dienst nog werden ingezet was in 1974 bij de Oosterijkse Gendarme voor reddingacties in de Alpen.
Maar nog niet zolang geleden in Maart 2002 werden er nog postduiven gebruikt in Oost India bij de Indiase Politie in Orissa.. Vanwege de vele natuurrampen waren postduiven nog steeds betrouwbaarder dan de moderne technologie. Dit waren trouwens niet de moderne postduiven die we nu kennen maar de Badang. Een duif die sterk lijkt op het oude type Carrier uit de 18de eeuw nog steeds te vinden in Noord en Oost India onder de naam Badang.
Tegenwoordig worden postduiven behalve voor wedstrijden nog ingezet voor het smokkelen van bijvoorbeeld xtc pillen.

De postduiven hobby floreerde weer

Maar na de tweede wereldoorlog floreerde de duivenhobby ongekend. Niet iedereen had zijn duiven opgeruimd dus het duurde niet lang tot iedereen weer postduiven kon houden. Dankzij de heldenstatus van onze postduiven werd de postduivensport enorm populair.

Na 1965-1970 werd het duivenmelker helaas weer minder. Oorzaak was hoofdzakelijk de stadsvernieuwing waarin er voor duivenmelkers weinig plaats was. In 1990 ging het met de duivenliefhebberij nog verder bergafwaarts. Internet werd steeds belangrijker. Facebook nam veel tijd in beslag zodat jongeren voor duiven geen tijd meer hebben.

Ook het verbieden om op duiven te gokken heeft bijgedragen aan het minder worden van het aantal liefhebbers. En de wanorde die er heerst in de duivensport heeft zeker ook bijgedragen dat er nauwelijks nog nieuwe liefhebbers bijkomen. Voor nieuwelingen is het bijzonder lastig om met de postduivenliefhebberij van start te gaan. Er heersen een heel aantal regeltjes waar je je aan dient te houden. De wedstrijden zitten heel erg onduidelijk in elkaar. Er is weinig of geen informatie te vinden. Het is lastig om je staande te houden tussen de oude duivenmelkers. Je moet geluk hebben dat er een ervaren duivenmelker is die je het “vak” wilt leren en je vooral wegwijs wilt maken in de wirwar van wedstrijden, regels, clubs etc etc.

Nederlandse duiven wereldberoemd

Ondertussen zijn we in Nederland al ruim 140 jaar bezig met de postduivensport. Wat geresulteerd heeft in een wereldwijde bekendheid van onze duiven. Langzamerhand zien we de sport steeds meer verschuiven naar het voormalige Oostblok en Azië waar de duivensport hoogtijd viert. In Nederland zijn er nog ongeveer 17.000 postduiven liefhebbers over van de 60.000 die er ooit waren. Maar het aantal zal nog rap minder worden in 2020 zullen er nog hooguit 13000 liefhebbers zijn. Er wordt veel over gesproken er wordt zelfs geprobeerd om de duivensport weer populairder te maken door het bezoeken van scholen. Beschikbaar stellen van kleine duivenhokken voor de jeugd. Maar zolang we de duivensport niet inzichtelijk maken en beginners in de duivensport niet enthousiast begeleiden en helpen. Wordt de sport nooit meer zo populair als die ooit was.

Er is niks mooiers dan postduiven houden

2 gedachten over “200 jaar postduiven houden”

  1. HALLO SPORTVRIENDEN
    HEB EEN INTEELT DUIF GEKOCHT BIJ ANTON RUITENBERG ZWOLLE
    KOMT UIT SUPERBOY 02/0274336 BL
    HET IS EEN DUIVIN EN GEKOCHT ALS EEN GEWONE BLAUWBAND.
    NU VOOR HET EERST DOOR DE RUI WORD HIJ BONT.
    WEET IEMAND HIER EEN ANTWOORD OP HOE DIT KAN.
    VRIENDELIJKE GROET JOHN VIERWINDEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *